GEBOORTE VAN DE KERK

24 V 2026

‘Ik zal u niet verweesd achter­laten’, belooft Jesus Zijn leer­lingen; op Mijn gebed zal de Vader u een andere Helper geven om voor altijd bij u te blijven – ‘de Geest van de waar­heid, voor Wie de wereld niet ontvan­ke­lijk is, omdat zij Hem niet ziet en niet kent. Gij kent Hem; want Hij blijft bij u en zal in u zijn.’ (Jo 14,16-18)

Vandaag is het zo ver -- op de vijf­tigste dag van de opwek­king van Jesus de Christus uit de dood – de Zoon door de Vader. Het is in de Joodse traditie de dag waarop tot heden wordt herdacht dat Moses op de berg Sinaï de Tien Geboden geschonken krijgt (cf. Ex 24,12;31,18). Daaraan voegt in de Chris­te­lijke traditie de Heilige Geest tot heden Zijn gaven toe: wijs­heid, verstand, raad (om het geloof te versterken), sterkte, kennis, vroom­heid, vreze des Heren (om de hoop te vergroten in de liefde tot God) – Geestes gaven in zevental, nadat Jesus Zelf eerder al de zalig­spre­kingen (cf. Mt 5,3-12) gepre­dikt had.

Zo verhaalt Lucas de toedracht van de neder­da­ling van Gods Geest in de Hande­lingen van de Apos­telen (2,1-4): ‘Toen de dag van Pink­steren aanbrak, waren allen bijeen op dezelfde plaats. Plot­se­ling kwam uit de hemel een gedruis alsof er een hevige wind opstak en geheel het huis, waar zij waren gezeten, vervulde zich ervan. Er verscheen hun iets dat op vuur geleek en dat zich, in tongen verdeeld, op ieder van hen neer­zette. Zij werden vervuld van de Heilige Geest en zij begonnen te spreken in vreemde talen, al naar­ge­lang de Geest hun te vertolken gaf.’

Gedruis, wind, vuur. Joannes de Doper getuigde al over Jesus (Mt 3,11): ‘Hij zal u dopen met de Heilige Geest en met vuur.’

‘Toen dat geluid ontstond, liep het volk te hoop en tot zijn verba­zing hoorde iedereen hen spreken in zijn eigen taal. Zij waren buiten zich­zelf en zeiden vol verwon­de­ring: “Maar zijn allen die daar spreken dan geen Gali­leërs?”’ (Hnd 2,6-7) Vervuld van de Heilige Geest waren de mannen van Galilea name­lijk in staat te spreken vanuit de oorspron­ke­lijk eenheid van de nu geboren Chris­tus­ge­meen­schap, de ene Kerk. Het is dezelfde Geest Die bij de schep­ping over de wateren zweefde (cf. Gn1,2) – de van crea­ti­vi­teit bewe­gende wind, de adem van God, de Schepper. Hij boet­seerde bij de schep­ping ook de mens, uit stof van de aarde genomen, die Hij de levens­adem in de neus blies; zo werd de mens een levend wezen (cf. Gn 2,7). Het is dezelfde adem van God die de Kerk wilde doen geboren worden op het hoog­feest van Pink­steren. Jesus heeft Zijn Kerk als gesticht vanaf het kruis, toen Hij tot Zijn Moeder de woorden sprak: ‘Zie daar uw zoon’ en tot Zijn geliefde leer­ling: ‘Zie daar uw Moeder’ (Jo 19,26) – tot Maria als verte­gen­woor­dig­ster van de mens­heid, tot Joannes namens de leer­lingen en hun opvol­gers. Als beves­ti­ging van de stich­ting vloeide na Zijn taak te hebben volbracht uit Jesus’ door de lans geopende zijde water en bloed (Jo 19,34) – water ten teken van het Doopsel, bloed ten teken van de Eucha­ris­tistie, het initi­a­tie­sa­cra­ment en het hoogste sacrament.

Voorbij was toen de verdeeld­heid onder de mensen en gekomen was het nieuwe en eeuwige verbond met eerst de mens­wor­ding van God door de over­scha­du­wing van Maria door de Heilige Geest (cf. Lc 1,35) en nadien de blij­vende aanwe­zig­heid van Zijn Geest in de eenheid van Zijn Kerk. Allen spraken de taal van de liefde, de harmonie, de orde. Voorbij was de chaos, ontstaan bij de bouw van de Toren van Babel, toen de bouw­lieden die toren tot in de hemel wilden optrekken op geheel eigen kracht als begin van nog andere onder­ne­mingen zonder de Schenker, de Schepper –reden waarom God verwar­ring had gestuurd als straf voor deze mense­lijke eigen­dunk en hoog­moed (cf. Gn 10, 1-9).

Op de avond van Zijn opstan­ding ademt Jesus al meteen de Geest over de leer­lingen die uit vrees voor de niet in Jesus gelo­vige Joden zich­zelf hebben opge­sloten met de luiken van hun verblijf­plaats geloken en Hij zegt tot twee­maal toe: ‘Vrede zij u.’ En voorts: ‘Zoals de Vader mij gezonden heeft, zo zend ik u.’ (cf. Jo 20,19-23) De zending immers in de wereld door de leer­lingen toen en door ons nu is alleen moge­lijk in en door de kracht van de Heilige Geest.

Daarom schrijft Paulus (cf. 1 Kor 12,1-31): Niemand kan zeggen ‘Jesus is de Heer, tenzij door de Heilige Geest.’ Want al zijn er onder­scheiden gaven, er is maar één Geest, zoals het mense­lijke lichaam met zijn vele lede­maten één geheel vormt. Welnu, zo is het ook met de Christus, dat wil zeggen het lichaam van Christus, de Kerk, waarvan Hij het hoofd is.

Onze blij­vende opdracht blijkt dus te bestaan uit een drietal elementen:

Koes­tert en ontwik­kelt de eigen talenten en zet die in voor het geheel van de Kerk en de mens­heid in vertrouwen op de Heilige Geest Die in u woont.

Weest dus van harte deel van de ene Chris­tus­ge­meen­schap in onder­linge verbon­den­heid en saamhorigheid.

Weest in vrede en tevre­den­heid met uw eigen door God geschonken talenten en gunt elkaar de eigen door Hem opge­legde taken.

En dit is onze bede voor nu en het leven lang:

Zendt Gij, Heer, dus ook heden Uw Geest; want dan geschiedt leven in Uw Kerk en maakt Gij Uw door ons verwaar­loosde schep­ping weer nieuw (cf. Ps 104).

En U, Heilige Geest, vervult de harten van ons gelo­vigen en ontsteekt in ons opnieuw en opnieuw het vuur van Uw liefde.

(over­we­ging Pink­steren 24 V 2026 Frie­zen­kerk Rome)

Fatal error: Allowed memory size of 134217728 bytes exhausted (tried to allocate 20480 bytes) in /var/www/vhosts/antoinebodar.nl/httpdocs/wp-content/plugins/wp-typography/vendor-scoped/mundschenk-at/wp-data-storage/src/class-transients.php on line 169